zondag 13 maart 2016

Zon, zee en zeilen….. (deel 3)


Zoals beloofd hier dan Martinique….. een blog zonder vissen

Vanaf St Lucia knokken we ons weer hoog aan de wind naar Martinique. Waarom liggen al die eilanden hoog aan de wind? LJS houdt helemaal niet van aan de wind zeilen. We slaan de baai van St Anne over omdat we die te vol vinden en eindigen verder op in een diepe inham die nog veel voller is en Le Marin heet. Het watersportcentrum van Martinique.
Zoek en vind LJS tussen al deze collega boten
We laten het anker vallen tussen de Lena en de Lovis die naast elkaar liggen en elkaar niet blijken te kennen, toch toevallig. We blijven een paar dagen liggen en huren voor 3 dagen een auto om het eiland te verkennen. Dag 1 rijden we langs de oostkust met diepe baaien en mooie uitzichten en door het binnenland. We bezoeken een oude plantage ruïne (Chateau Dubuc) die mooi gerestaureerd is en veel uitleg geeft over hoe dat vroeger in zijn werk ging.

Oa de suikerrietpers

Kookpotten voor de melasse

De wandeling ernaar toe voerde ons door het droge bos op de top van het schiereiland Caravelle. Dag twee beklimmen we eerst een heuvel nabij St Anne waar we een uitzicht hebben over de zuidkant van Martinique en de baaien van St Anne en Le Marin.



We picknicken aan een spierwit strand aan de zuidkust en rijden dan nog een rondje om het schiereiland Trois Ilets. Daar ligt onder andere de Diamond Rock voor.

Ijsvogeltje, kreeg geen genoeg van ons ijsje

Palmenstranden langs de kust
Hier hebben de Engelsen lang geleden een scheepsbemanning opgezet omdat ze niet genoeg schepen hadden om Martinique te belegeren. De Fransen hebben vaten rum laten aanspoelen en konden even later ‘het schip’ zonder problemen enteren. De hele bemanning was dronken. Dag 3 voert ons via de ‘snelweg’ naar de Mount Pele, de hoogste berg/vulkaan van Martinique. Daarbij komen we door St Pierre, de vroegere hoofdstad die in 1902 is verwoest (met maar 1 overlevende) door een uitbarsting van de vulkaan Pele. Inmiddels staat er weer een aardig dorpje, maar de geschiedenis ervan is vreselijk.

Via eindeloze trappen dalen we af in de Gorges de la Falaise. Beneden waden en zwemmen we naar een waterval verderop. De kloof waar we doorheen gaan is soms maar 2 meter breed en het stroompje soms zo diep dat we moeten zwemmen. Het is een heerlijk verkoelende tocht. De afdaling en terugtocht naar boven laat ons een heel mooi stuk van het regenwoud zien. Via de toeristische route door het bergachtige midden rijden we terug.




Het blijft ons verbazen hoe weelderig groen het eiland is. Zoveel soorten planten en bomen en allemaal fris groen en her en der met fel gekleurde bloemen. Na alle tijd op zee en aan de kust is het heerlijk om je weer eens te laven aan een overdaad aan groen. Maar na 3 dagen haarspeldbochten zijn we blij dat we de auto weer zonder schade kunnen inleveren. Het bleek namelijk dat de verhuurster niet het afkopen van ons eigen risico bij de internetboeking accepteerde. In geval van schade moesten we ons eigen risico maar bij het internetbedrijf halen. Mooie boel, lijkt sterk op een staaltje oplichterij. We blijven nog een dagje langer in Le Marin en vieren een verjaardag op de Lovis, een hele gezellige avond.

We doen deze dag ook nog even uitgebreid boodschappen met de bijboot. Er is een winkel met eigen bijboot steiger, dat moeten we benutten. Bovendien zijn er veel spullen te krijgen die op de andere eilanden missen, met name de Franse kaas en wijn.

Traditionele zeilboot in de baai van Le Marin
Omdat we toe zijn aan wat minder boten om ons heen gaan we op zoek naar een rustige baai met helder water. We liggen nog twee dagen tegen over Fort de France in kleine baaitjes en genieten van de rust. Dan rollen we nog een nacht bijna ons bed uit in de baai van Fort de France en klaren uit. Na nog een tussenstop nog in St Pierre gaan we naar Dominica voor een vergelijkend onderzoek naar groen-groener-groenst.
 

Zon, zee en zeilen….. (deel 2)


Vorige keer dat we de blog hebben bijgewerkt waren we in Tobago Cays gebleven en vertelden we over de tijd die dit allemaal kost om ervan te genieten en het door te laten dringen waar we allemaal zijn, we allemaal ervaren en meemaken etc. Vanmorgen was het zelfs zo erg dat na het wakker worden, ons vannacht al afvragen hoe het kwam dat tegen de voorspellingen in we zoveel wind hadden, want dat was toch pas voor woensdag voorspeld.. Kleine check op het weer programmaatje leerde ons 2 dingen.. Het begon weer een dag later en het weer van vandaag konden we niet meer zien, zo raar..?? Een blik op de kalender leerde ons iets anders.. Het was al woensdag, zomaar een dag weg, die we dit schrikkeljaar extra hadden waren we nu ineens kwijt! En vandaar die storm! En al die regen.. De tijd vliegt dus echt..


Terug naar Tobago Cays en het vervolg..
Vanaf Canouan zeilen we in 4 uur met een heerlijk windje naar de Cays, We zeilen nog een keer een slag terug naar de Tern en doen een foto-shoot van beide boten. Altijd leuk als je met elkaar opvaart. Op motor varen we het doolhof van de Tobago Cays in. Op dit soort plekken waardeer je de kaartplotter die precies laat zien waar je vaart. We varen moeiteloos om de verschillende riffen heen en bekijken de ankerplekken. Die zijn goed te vinden want die liggen vol met collega zeilers die ook allemaal dit hoogtepunt van de Carieb aandoen.

We vinden nog een mooi plekje in het azuurblauwe water, beschut achter het rif. Na een snelle lunch gaan we met de snorkelspullen in de bijboot en naar een klein eilandje. Met de bijboot op sleeptouw snorkelen we om het eilandje. Het water is kraakhelder en overal zijn kleine koraaleilanden die vol kleurige koralen en visjes zitten.







Na het snorkelen rusten we uit op het idyllische met palmen omzoomde strandje en voelen ons Robinson Crusoe, maar dan met uitzicht op veel boten.



We borrelen rond zonsondergang met de Tern en overleggen of we nu morgen wel of niet de beach BBQ gaan doen die de boatboys (verkopers en regelaars die in kleine bootjes overal rondvaren en wat proberen te verdienen aan de meute cruisers). We komen er niet zo maar uit, stellen het besluit uit naar morgen. De volgende dag snorkelen we in het stukje water dat afgezet is voor de zeeschildpadden. We vroegen ons af waarom die schildpadden nu juist daar te zien zouden zijn. We hadden er ook al minstens 5 gespot die bij de boot langs kwamen zwemmen. Maar tot onze verbazing treffen we in het 1,5 meter water een paar heel relaxte schildpadden die zich te goed doen aan het zeegras op de bodem. Ze hebben maling aan de hordes toeristen die ze komen bekijken.

Het is de bedoeling dat je afstand houdt, dit lukt door de stroming niet en de schildpadden weten van geen wijken. Larry komt bijna in botsing. Het is een geweldige ervaring om deze beesten van zo dichtbij te zien eten, zwemmen en duiken. We fotograferen en filmen volop. Daarna wandelen we over het kleine naastgelegen eilandje en struikelen bijna over de leguanen. Het is er erg droog en warm en veel van die beesten liggen relaxt in een boompje op ooghoogte. Best griezelig, ze zijn ca een meter lang van kop tot staartpunt. Ze hebben prachtige kleurschakeringen van groen, geel, rood en blauw.

s ’Avonds eten we met de Tern op LJS, grapefruit-salade van Manice, zuurkoolschotel en gebakken banaan na. Heel gezellig en iets minder druk dan de beach BBQ met 40 anderen.

 

Bequia

Gezien de voorspellingen van afnemende wind verlaten wij na twee dagen de Cays en varen in één ruk naar Bequia. We hebben weer afscheid genomen van de Tern, die gaat eerst nog verder naar het zuiden. Voor de verandering is het een volle dag zeilen. Wel weer eens heerlijk, lekker uitwaaien. Voordat we in ons in de drukte van Admiralty Bay begeven liggen we nog op twee ankerplekjes aan de zuidkant van Bequia, heerlijk rustig en mooi snorkelen. De eerste is een eilandje dat gebruikt werd/wordt om walvissen te slachten. Bequia mag nog steeds 3 walvissen per jaar vangen, ze doen dit handmatig in kleine bootjes. Gelukkig is het een kunst die niet meer beheerst wordt en ze hebben al jaren geen walvissen meer gevangen. In Friendship Bay liggen we bijna alleen, we zoeken naar het bootmuseum maar kunnen het niet vinden. De mensen die we er naar vragen hebben er nog nooit van gehoord. Admiralty bay is een volle baai met een dorpje langs de kant. De sfeer is relaxt, we luieren wat en bekijken het schattige dorpje en gaan lekker uit eten.

 
LJS bij  walvis slachterij op Petit Nevis

Proost, tropica lpunch in Friendship Bay

Overal in de Carieb kleurige huizen op de kant, ook in Friendship Bay

St Vincent

St Vincent is het grootste eiland van St Vincent en de Grenadines en voor ons het laatste. Onze eerste ankerplek is tussen Young Island en de vaste wal waar half puberaal Kingstown aan het zwemmen was. De weg naar Blue Lagoon was tijdelijk versperd door een zwemwedstrijd. Maar daardoor ontdekten we Fort Duvernette, een hoge rots piek vanwaar we een schitterend uitzicht hebben. Er omheen is het goed snorkelen en ontdekken we een school sepia’s die niet eens zo erg bang voor ons zijn. Het is een fascinerend gezicht om ze te zien synchroon zwemmen. Op St Vincent liggen we nog in een hele kleine ankerbaai. Zo klein dat we buiten het anker laten zakken, achteruit de baai in varen en de achterkant van de boot met een lijn op de kant vast zetten. Dit zijn de droomplekjes. Snorkelen dat het een lieve lust is om de boot en boven water omringt zijn door groene steile kliffen.

We liggen in het zwembad van Kingstown St Vincent

Soufrierre van St Vincent. Nooit gezien, altijd met zijn hoofd in de wolken.

Om uit te klaren liggen we een nacht in Wallilabou. Heel grappig, hier is voor de Pirates of the Caribian gefilmd en de meeste panden op de kant zijn alleen een loze gevel met stellingen er achter. Er is een uitgebreide foto-collectie te zien van het maken van de film en draaiscripts. Een korte wandeling voert ons naar een mini waterval die met EU geld is gerestaureerd. Om het achterliggende waterwerk te restaureren was helaas geen geld meer.. De route hier naar toe voert door een mooi stukje woud. Om geld te pinnen lopen we ook nog naar het dorp en krijgen we een beeld van het minder toeristische Carieb. We eten op de kant (het restaurant is het enige echte gebouw op de kant) en ontmoeten daar de crew van de Kaat. Samen luisteren we naar de Steelband die die avond de boomkikkers ruim weet te overstemmen. Als we in het donker naar de boot terugvaren denken we meeuwen te zien, maar die heb je hier helemaal niet. Nadere inspectie en schijnen met de zaklamp vanaf de boot wijst uit dat het hele grote witte vleermuizen zijn. Deze zijn aan het vissen. Ze kunnen wel 70 cm spanwijdte hebben. Het is een heel bijzonder gezicht om ze over het water te zien scheren, het wit van de vleermuizen licht op in het maanlicht en ziet er spookachtig uit. Het zijn er wel 100 en ze zijn overal.

 
St Lucia
Als we van St Vincent vertrekken naar Sint Lucia zien we de Lovis op de AIS verschijnen die blijkbaar een baai noordelijker lag dan wij. Grappig, die hebben we voor het laatst gezien op Porto Santo en sindsdien alleen op de radio gehoord. Het is een stevige zeiltocht naar St Lucia, 20-24 knopen wind en net te veel tegen om het in één slag te kunnen zeilen. Het laatste stuk onder de beschutting van St Lucia doen we op motor geplaagd door valwinden die van de hoge Pitons (2 hoge bergen op de zuidpunt van St Lucia) af komen vallen. In Marigot Bay vinden we na een paar pogingen en aan de grond lopen (voor het eerst deze reis) een stukje ankergrond die ons vast houdt. Het is een diepe omsloten baai die ook wel als hurricane hole wordt gebruikt. We kunnen ons daar wel wat bij voorstellen. We borrelen met de Lovis en praten bij over de belevenissen van de afgelopen maanden. Zij zijn via Suriname gevaren en hebben er al heel wat meer mijlen op zitten.
Uitzicht over St Lucia

Op jacht naar Guave
Omdat we water nodig hebben en weer eens aan de walstroom willen liggen (voor onze luxe voorzieningen zoals de wasmachine) varen wij door naar Rodney Bay. We liggen eerst nog een dag buiten in de baai voor anker en gaan s’ochtends vroeg de haven in. Het is voor de verandering weer eens een echte marina met warme douches (voor de dames dan, de herendouche was steeds koud) en restaurantjes op de kant. We draaien een paar wasmachines achter elkaar, laten de gastank vullen, toppen de diesel op en regelen een taxi (na een vruchteloze poging om een auto te huren) die ons in een halve dag wat van het eiland kan laten zien. De Lovis duikt ook weer op en gaat gezellig mee op excursie. Helaas blijkt dat de taxichauffeur weinig weet over zijn eiland en onverstaanbaar praat. We zien wel wat van de mooie heuvels en baaien aan de oostkant van het eiland en hij loodst ons illegaal een natuurparkje met regenwoud in, maar verder worden we er niet veel wijzer van. Toch wel, we drinken bijna iedere ochtend guavesap uit een pak. Na aandringen van de chauffeur klimmen we in bomen om een onduidelijke vrucht te plukken waarvan we de naam niet kunnen verstaan. Als we het proeven blijkt het guave te zijn… zo ziet dat spul er dus uit, en het groeit aan bomen in plaats van in een pak. Terug op de boot gaan er een paar in de blender met rum en hebben we een heerlijke cocktail met veel pitjes.

Na drie nachten luxe van de marina vertrekken we richting Martinique. Het volgend blog gaat dus over Franse kaas, watervallen en regenwoud.

vrijdag 26 februari 2016

Zon, zee en zeilen….. en waarom het zo stil is op het blog… (deel 1)


 
Wat hebben wij ondertussen al veel gezien en genoten. We waren op Groen en ongerept Grenada,  knus Carriacou, overcrowded Union, de vele rustige eilanden en tjes van de Grenadines, het toch niet zo criminele St Vincent,  arm en rijk St Lucia en nu het zeer Franse Martinique. Dat is zo ongeveer het hele rijtje eilanden dat achter de noemer Windward eilanden schuil gaat. En overal is het groen en blauw en de vissen en huizen kleurrijk. We zijn aan het genieten geslagen in rustige en volle baaien. Komen zo tot rust dat zelfs de boekenplank is geplunderd. Maar dan nu toch maar een blog om ook de thuisblijvers in koud en regenachtig Nederland een beetje te kunnen laten meegenieten.

 

Vanaf Barbados zijn wij naar Carriacou gezeild. Gezien de afstand zijn we de nacht doorgezeild en viel het ochtendlicht op de vele eilanden van de Grenadines die voor ons lagen. Eigenlijk popelden we om daar heen te gaan. Maar we hadden ons voorgenomen om vanaf het zuiden beginnend, eerst Grenada en Carriacou te verkennen en dan eilandhoppend naar het noorden te zeilen. Dus Tyrrel Bay was de haven/ankerbaai waar we zijn ingeklaard voor Grenada. Onze eerste kennismaking met een baai waar 80-100 boten voor anker lagen. Toch was het er vrij rustig en lagen we niet echt dicht naast elkaar. We hebben wandelingen (kort, vanwege de hitte aan land) gemaakt en zijn lekker uit eten geweest. Het bezoek aan Sandy Island voor de hoofdplaats van Carriacou is nog steeds onze topper van de reis. We lagen beschut achter een smalle strook (je raad het al) zand met daarop een rij palmen, een en ander omzoomd door smaragdgroen en turquoise water. Echt een droomplekje als je daar met z’n tweeën over slentert, voorzichtig over de heremietkreeften heen stappend en de zonsondergang alleen verstoord wordt door de pelikanen die in het water duiken.

Dingy dock in Tyrrel Bay
Sandy Island, een droom van een eilandje


Er varen meer bootjes rond Sandy Island
 Vanaf Carriacou staken we over naar het zuidelijk gelegen Grenada waar we nog twee kleine ankerbaaien aandeden waar het super snorkelen was. Halifax Bay was piepklein waarbij ons anker bijna in het koraal lag. Iemand van de kant had geroepen dat het oké was en je zag zand op de bodem. Bij de ankerinspectie was het eerste wat ik zag onder de boot een geweldig mooie koraaltuin, met waaierkoralen en grote sponzen. Oeps, waar is dat anker en de ketting… Gelukkig lag het er net naast en vond ik een oud mooringblok (stuk beton met groot oog eraan om vast te maken) op de bodem. Op 4 meter, dus snorkelend daar de boot aan vast gemaakt en het anker weer omhoog. Wij gerust en het koraal veilig. We hebben uren in het water gelegen genietend van de vele soorten koraal, sponzen en vissen. Wat een waanzinnig mooie wereld.


 
De volgende baai was versierd met onderwaterbeelden. Snorkelend is het een hele zoektocht om ze te vinden, verspreid over verschillende kloven tussen het koraal. Gelukkig snorkelen er meer mensen en wijst iedereen elkaar de weg. Om ook iets van het vaste land mee te krijgen zijn we vervolgens naar St George doorgezeild en in de haven gaan liggen. Ook tijd voor vers water en goed opladen van de accu’s.
 
 
 
Kade in St George
We zijn met de bus naar de Grand Etang National Park en de Seven Sisters watervallen gegaan. De bustocht was een belevenis die ons heilig doet voornemen vooral niet zelf te gaan rondrijden. De wandeling naar de watervallen werd een mooie kennismaking met het regenwoud.
Seven Sisters watervallen, klein maar fijn.


In de haven bewonderen we de megajachten die er liggen. Naast de buurboot van ruim 80 meter is het voormalige motorjacht van Steve Jobs maar een kleintje (en foeilelijk, zo vierkant hebben we nog nooit een boot gezien). De bijboten die ze bij zich hebben zijn duurder dan LJS, waanzinnig.  We ontdekken dat als we bij de haven rechts afslaan we meer colour local treffen. Daar vinden we ook een italiaans restaurantje/café waar onze maaltijd (alles behalve italiaans) achter de bar wordt klaar gemaakt. Desgewenst kan je ook van de kaart van de buren bestellen, die hebben italiaans eten.

Na een paar dagen de luxe van echte badkamers en snel internet in de haven is het echt wel tijd om weer mooie plekjes op te zoeken. St George is het zuidelijkste punt van onze reis, vanaf hier gaan we noordelijk. Een soort van huiswaarts dus, maar gelukkig met nog een half jaar genieten voor de boeg.

We ankeren nog bij Dragon Bay en varen dan terug naar Carriacou om in Tyrrel Bay weer uit te klaren. We hebben het weekend voor de boeg en besluiten om de regeltjes niet te nauw te nemen, dat geeft alleen maar gedoe bij het inklaren op het volgende eiland. We varen voor de zaterdag nog naar Petite Martinique dat bij Grenada hoort en liggen de zondag voor Petit St Vincent (500 meter verderop) dat bij St Vincent en de Grenadines hoort. Al snorkelend, wandelend en genieten van de uitzichten op de eilanden en witte stranden met palmbomen komen wij de tijd goed door. Maandag kunnen we netjes binnen kantoortijden inklaren op Union Island. We weten niet hoe snel we Union weer moeten verlaten na in de nauwe ankerbaai bijna twee keer te zijn aangevaren en zelf meerdere ankerpogingen nodig hadden om vast te liggen. Het is er een chaos. Gelukkig ligt Mayreau om de hoek en vinden we daar een hele rustige ankerbaai voor mooi strand. Het is het kleinste bewoonde eiland van de Grenadines. Heel overzichtelijk en goed te voet te verkennen.
 
Prive eiland Petit St Vincent met luxe resort.

Uitzicht van Mayreau op de Tobago Keys,
ze moeten nog even op ons wachten.


De jeugd (30+) vermaakt zich met zelf gemaakte zeilbootjes. De eilanden hebben allemaal een bootbouw geschiedenis. In het klein wordt zo geoefend.
Na 3 dagen maken we de kermis rond aankomst van een cruiseschip mee en gaan zelf snel door naar Canouan, 3 uur zeilen verderop. Ook dit is een vrij klein eiland, met een mooie grote beschutte ankerbaai. We vinden net buiten de baai een klein strandje waar we een lunch/snorkelstop maken. Het is weer een droomplekje. We zwemmen er als door een aquarium. Onder de boot zwemt een school filevissen die Stef willen knuffelen (hij was heel snel weer op de boot, het waren er dan ook wel erg veel ineens). De zandplek waar het anker ligt wordt bewaakt door een grote stingray.
 
Stingray die kijkt wat dat anker in zijn territorium doet

Snorkelen in super helder en warm water
We zijn een beetje huiverig voor helemaal alleen ankeren in een baai. We horen en lezen geregeld over nachtelijk bezoek aan boord (vooral bij afwezigheid, maar hoe weten zij dat nu?). Ook al hebben we de boot s’nachts dicht we zoeken voor de nacht een plek in de grote baai waar nog een paar boten liggen. In het dorpje kunnen we eindelijk goed groente en fruit kopen. Op de eilanden tot nu toe was de kwaliteit ronduit beroerd en de prijs schrikbarend hoog (wie betaald er nu ruim een euro voor een banaan van een boom 300 meter verderop). Hier is echt mooi spul, zo van het eiland zelf en tegen normale prijzen. Het is redelijk mooi snorkelen langs de rand van de baai en bij een klein eilandje. We komen zelfs 5 langoustines tegen onder water. Meestal zien we die alleen in de bootjes die ze ons te koop aanbieden als lobster.
 


Baai van Canouan, helemal achter in de hoek ligt LJS
Een file fish
LJS dobbert in een aquarium

 
Pelikaan op rotseilandje in ingang van de baai. In het water er omheen zit heel veel vis in alle soorten, maten en kleuren.


Een koffervis wacht tot de ketting een maaltje opwervelt van de bodem.
Na twee overnachtingen in de grote baai verhuizen we toch voor de nacht naar het kleine strandje buiten om te snorkelen en te wachten op de komst van de Tern waar we mee hebben afgesproken samen naar de Tobago Keys te varen. De volgende dag komen ze tegen het einde van de dag aan vanaf Bequia, het meest noordelijke eiland van de Grenadines. Het is erg leuk om ze weer te zien en we hebben veel om bij te praten sinds Barbados. De volgende dag vertrekken we samen naar de Tobago Keys, een wereld beroemd snorkelparadijs… maar daar zullen we in een volgend blog over vertellen. Maar bovenstaande maakt vast wel duidelijk waarom we niet eerder aan bloggen toe kwamen, gewoon veel te druk met genieten van deze waanzinnig mooie wereld. We zijn echt niet voor niets die oceaan overgestoken.