donderdag 19 maart 2020

Dwalen langs de baaien van Martinique

Na 18 dagen oversteek rusten we uit op Martinique. We zijn er eerder geweest wat de druk om alles te willen zien weg neemt. We nemen de tijd om rustig langs de vele mooie baaien te dwalen.
Uitzicht over baai van St Anne, hoe tropisch kan het zijn....
Na een oversteek met 18 dagen blauw om ons heen zijn we blij weer groen te zien. We besteden onze eerste dag aan uitrusten, boot schoonmaken ( er groeien eendenmosselen van een centimeter aan de romp). Eind van de dag maken we de bijboot klaar en varen naar St
Versiering in St Anne, voorbereidingen voor
het Carnaval
Anne, uit eten om de aankomst te vieren. Het is heerlijk om weer in de relaxte Caribische sfeer te zijn. We kiezen een restaurant met wifi en drinken een cocktail met rum (lokaal!), “Op de aankomst!”. Tijdens de cocktail komt de ober vertellen dat we toch niet kunnen blijven eten want de kok is niet op komen dagen. Als we heel graag bij hen willen eten dan kan dat maar alleen kip want iets anders kan hij niet klaarmaken. Tsja, dat gebeurt hier. Hij brengt ons een half uur later naar een ander restaurant. Heerlijk Creools gegeten.
De volgende dag varen we naar Le Marin met de bedoeling om de haven in te gaan. Het waait alleen stevig en we zien het manoeuvreren in de kleine ruimtes tussen de steigers niet zo zitten. We gaan voor anker vlakbij de supermarkt om inkopen te doen. Le Marin is een hele beschutte baai met maar een kleine opening. Er liggen dan ook veel boten, sommige al jaren. We ontdekken ook verschillende boten die gezonken zijn. Onze eerste ankerpoging staken we als we daar opeens de top van een mast uit het water zien steken. Een aandenken aan de orkaan die twee jaar geleden over het eiland raasde. Veel van de destijds gezonken boten liggen er nog steeds. Voorzichtig varen dus hier.
Ideaal met de winkelwagen rij je zo naar de bijboot
We lopen naar de haven om in te klaren en te vragen of we voor één of twee dagen een plaats in de haven kunnen krijgen. Inklaren is zo gebeurt. Het grote voordeel van de Franse eilanden is dat er her en der in een haven of restaurant een computer staat waar je zelf de gegevens invult en print. Buiten een vluchtige blik op een paspoort, afhankelijk van hoe serieus men de controle neemt, komt er verder meestal niets bij kijken. Een plek in de haven blijkt lastiger. Men kan ons niet vertellen of er morgen een plek is, we moeten maar een mail sturen. Bijzonder. Wij besluiten al we terug lopen naar de bijboot dat we eigenlijk buiten water geen reden hebben om naar de haven te gaan. Water kunnen we ook aan het dieselponton halen dus we schrappen het liggen in de haven. Scheelt geld en ook muggenbeten gezien de ligging in de mangroven. Met de bijboot gaan we een paar keer aan wal bij de supermarkt, zoeken nog wat onderdelen bij de watersportzaken en na 2 dagen varen we via het dieselponton, om water te tanken, de baai weer uit.
We genieten van de kleine stukjes zeilen in redelijk vlak water, vele
Er wordt nog veel vanuit kleurige kleine bootjes gevist
Kustlijn van Martinique met veelal kleine dorpjes


LJS voor anker in Anse Noir
mooie baaien en snorkelplekken. De zuidwestkant van Martinique is een heerlijk beschut vaarwater waar je vooral geen mijlen moet maken dan mis je te veel. We ankeren in de baaien; Anse d’Artelet, Anse Noir (2 nachten, duikende pelikanen om ons heen en een ijsvogel naast ons op de kant, wandeling in de jungle achter de baai) en Trois Islet (2 nachten).
Een schildpad is verlieft geworden op ons anker. Ze waren erg innig....
Kort bezoeken we de drukke hoofdstad Fort-du-France, daar treffen we de Brigantijn. Kennissen uit onze haven(Deko) die een jaar eerder zijn vertrokken. We treffen ze niet aan boord maar toevallig tijdens het pizza eten op de kant. Ze zijn aan het bijkomen want 5 minuten eerder was er een poging gedaan om een smartphone te stelen via smoesje en daarna door er naar te graaien. De daders komen daarna nog twee keer langs ons terras lopen. We krijgen er een unheimisch gevoel van en verlaten de volgende dag de ‘grote stad’. Geef ons maar de rustige overzichtelijke baaien en kleine dorpjes. 

LJS voor anker bij Fort du France (deze stad doet zijn naam eer aan met een groot fort)
We varen naar St Pierre, klein dorp dat 100 jaar geleden volledig door een vulkaan uitbarsting is verwoest. Alleen de enige gevangene, die goed in een cel opgeborgen was, heeft het overleeft. We wandelen eind van de
Het gesloten toeristenbureau

 
middag door het dorp. Het is een grappig klein dorp aan de voet van een klif. Veel houten huizen, op de vervallen exemplaren zijn grote foto’s van mensen uit het dorp, vroeger en nu, geplaatst. Openbare kunst, ziet er leuk uit. Tegen de avond zoeken we een restaurant. We zijn wat te vroeg natuurlijk dus we eindigen bij een soort snackbar/restaurant waar we op het terras (2 tafeltjes op de stoep) belanden. Menu van de dag is zowel een vis als
Zonsondergang bij St Pierre

Mmmmm, vis!













vlees gerecht. Wij gelukkig, het is heerlijk met de Creoolse kruiden er over heen. Als we terug komen bij de pier waar de dingy ligt is de marktplaats omgebouwd tot ‘feest locatie’. Er staan tafels en stoelen en de BBQ’s er naast liggen vol. Er is ook iets opgebouwd dat voor een band lijkt. Wij vragen of het een privé feest is maar nee, het is voor iedereen. Wij kopen een biertje en gaan aan een tafeltje zitten in de hoop dat de muziek zo begint. Het is leuk mensen kijken, langzaam druppelt het een beetje vol. Op iedere tafel staan spelletjes (oud en versleten) en veel mensen spelen kaart, domino, mens-erger-je-niet of een ander bord spel. Het maakt het heel knus. Na een half uur begint de band. Eén trommel en 3 zangers die in een soort a capella liederen zingen met een duidelijk Afrikaanse oorsprong. Veel van de melodieën en klanken herkent Manon uit de tijd dat ze aan Afrikaans dansen deed. Het zijn oude mannen die zingen dus alles is vrij gezapig en met weinig variatie. Alleen een paar kinderen dansen. Na korte tijd vertrekken we, het is duidelijk dat we het ook op de boot goed kunnen horen. Dit zijn wel de leuke toevalligheden waar je tegen aan loopt als je rondzwerft.
 De volgende dag gaan we weer aan land om uit te klaren. Daarvoor moeten we een formulier zien te bemachtigen met een stempel dat we hier weg gaan en naar Guadeloupe gaan. We lopen eerst naar het oude fort (alleen de muur is er nog sinds de vulkaan uitbarsting). Het geeft een mooi uitzicht over het dorp en baai maar het pand waar de VVV met uitklaar-computer zou zitten is dicht gespijkerd. Er hangt en briefje dat de het toeristenbureau verhuist is naar het mooie pandje bij de pier waar we al 4 keer langsgekomen zijn. Dus terug naar waar we vandaan komen. Echter dat mooie pand is ook hermetisch gesloten. Geen enkele aanwijzing wat er in zit of het open gaat, niets. We zien een computer winkel en gaan daar maar vragen. De eigenaar weet ons te vertellen dat we bij het restaurant tegenover het busstation terecht kunnen. Dat blijkt nog gesloten, het is ook nog geen 10 uur. Wij gaan op een bankje zitten en wachten af met een pain-au-chocolat (hét grote voordeel van in Frankrijk zijn). En ja hoor een dure grote auto parkeert even na 10-en voor het restaurant. Het is de eigenaar en inderdaad we kunnen bij hem uitklaren. Als hij de boel open heeft gegooid duiken wij achter de computer. Weer zo gepiept. Hij kijkt nauwkeurig in de paspoorten maar we hoeven niets te betalen. Weer een mazzeltje. We doen nog even inkopen op de markt, veel lokale groente en allerlei andere spullen. In de middag gaan we anker op en zoeken we een plekje aan de noordwest
kant van Martinique om de tocht richting Dominica, onze tussenstop naar Guadeloupe, wat korter te maken. We vinden nog een laatste mooie baai. Voor het eerst op Martinique liggen we er helemaal alleen. Mooie afsluiting van dit dwalen langs de kusten van Martinique. De volgende ochtend vroeg hijsen we de zeilen en zetten koers naar Dominica. We hebben een heerlijke zeildag waarbij de buien net langs ons trekken. In de
Buien boven Dominica
luwte van Dominica moet eind van de middag nog even de motor aan om voor donker het anker te laten vallen vlakbij Rupert Bay. We liggen voor een leeg wit strand, pelikanen duiken om ons heen in het water en we zien een dorade (of andere grote vis) uit het water springen. De volgende ochtend vroeg weer anker op om naar Marie Galante, Guadeloupe te zeilen. Daar wacht onze volgende bestemming en ons bezoek… daarover meer in een volgend blog. 

Geen oversteek is hetzelfde

Met een tussenstop op de Kaap Verden varen we naar de overkant. De Cariben met palmen, witte stranden en altijd mooi weer lokt. Het worden twee heel verschillende etappes en ook weer heel anders dan tijdens de vorige reis.
Na te zijn uitgerust van Oud en Nieuw verlaten we op 2 januari San Miguel op Tenerife met als bestemming Sao Nicolau, een van de noordelijke eilanden van de Kaap Verden. 800 mijl te gaan. Als we vertrekken waait het lekker, we hebben 1 rif en genua met klein rifje. In de loop van de dag trekt de wind verder aan 20-25 knopen schuin van achter. We gaan 7,5-8 knoop (hard!) en de windvaan heeft het er moeilijk mee. Tegen de avond trekken we er een tweede rif in en draaien we de genua voor de helft weg. Het gaat rustiger, de windvaan stuurt weer goed en wij hebben een rustige nacht. De snelheid blijft hoog, 7-7,5 knoop, dat schiet lekker op. De zee is vrij onrustig met onregelmatige golven. In de nacht schijnen we met een zaklamp in het water en zien kleine fluoriserende ‘balletjes’ wegschieten. Als ping pong balletjes stuitert het over het wateroppervlakte. Ze lijken aangetrokken door het licht. Ze zijn iets oranje van kleur. We vermoeden dat het kleine inktvisjes zijn. Door onze snelheid en alle beweging is het lastig om het goed te zien.
Dag twee worden we in de ochtend opgeroepen door een tanker van 300 meter: “What are your intentions Sir?” Ons standaard antwoord is behouden van koers en snelheid. Hij meld dat hij uitwijkt en achter ons langs gaat. Het blijft bijzonder dat zulke joekels voor je uitwijken. Het is ook fijn te weten dat je gezien bent. In de middag krijgen we even bezoek van dolfijnen, altijd een hoogte punt. 

De wind blijft stevig en we vliegen verder met een snelheid van 7-7,5 knoop. Meestal halen we dat niet zonder dat we de boot pushen, en pushen is iets dat we niet doen tijdens een oversteek. We varen altijd behouden om de boot, het tuig en ons zelf te sparen. We zien een Portugees Oorlogschip (een kwal) drijven. Erg noordelijk, tijdens onze vorige reis zagen we deze pas onderweg naar de Azoren. Deze dag is Stef voor het eerst sinds tijden weer een beetje zeeziek. We waren ook beide wat gespannen voor deze oversteek. Waarom weten we niet maar het voelde een beetje onbestemd. Vertrekken naar de Kaap Verden is ook altijd alsof je een deur achter je dicht doet. Er is geen weg terug, je kunt alleen maar verder met de wind en de stroom mee. Na 24-uur hebben we 160 mijl afgelegd, dat zit dicht bij ons record van vorige oversteken (166 mijl). Op deze manier vliegen we naar de Kaap Verden.
Dag 3 is Stef weer helemaal opgeknapt en zet zelfs koffie s’ochtends.
Blije fitte schipper
We blijven een soort van vliegen en maken een dagafstand van 164 mijl! Lekker! Dag 3 op zee zijn we altijd ingeslingerd en gewend aan de bewegingen van de boot. We kunnen weer koken, brood bakken en het voelt ontspannen. We zien de hele dag niets bijzonders en de dag en de nacht trekken langzaam aan ons voorbij. S’nachts varen we onder schitterende sterrenhemel en in het water zit veel fluorescentie.
Dag 4 op zee gaat s’ochtends het koffieapparaat omver, spoelt gelijk de gemorste melk van gisteren weg. De golven zijn hoger, langer en meer van achter. De bewegingen van de boot zijn daarmee rustiger geworden. Er zit veel Sahara zand in de lucht, de schoten en verstaging kleuren oranje. De wind is iets afgenomen, 18-20 knopen, we hebben iets meer genua gezet. Dagafstand van 161 mijl. De nacht gaat zonder bijzonderheden voorbij.
Wazige omvloerste zonsondergang,
Saharazand in de lucht
Dag 5 komt er een klasse Bcs langs op de AIS, snelheid 0,6 kn SD1030 is de naam. Waarschijnlijk een meetbaken, vreemde gewaarwording. De snelheid komt overeen met de stroom die we mee hebben. De wind blijft even sterk maar iets meer van achter, de genua valt af en toe in achter het grootzeil. Voor het eerst in dagen hebben we volop zon overdag. Tot nu toe was het vrij bewolkt. We zien dolfijnen en een stormvogeltje, het eerste leven in dagen (met uitzondering van vliegende vissen). We hebben de genua uitgeboomd en dat scheelt geklapper. We maken een dagafstand van 158 mijl. Met onze 160 mijl gemiddeld per dag verwachten we morgen aan te komen. Een dag eerder dan verwacht. We kijken er beide naar uit om aan te komen maar hebben ook goed het ritme te pakken. Hopelijk hebben we dat sneller weer te pakken als we na een week weer van de Kaap Verden vertrekken.
Dagelijkse bezigheden gaan onderweg gewoon
door. Het cardanisch inductie kooktoestel
zorgt dat de pannen niet door de boot vliegen
Dag 6 op zee, 7 januari we hebben een ETA om 19.00 het wordt spannend of we het bij daglicht halen. We doen ons best om zo snel mogelijk te gaan. De golven zijn onrustig geworden en slaan geregeld over de boot. Eén breekt er precies tegen de zijkant van de boot en een hele sloot water vliegt door het kajuitluik naar binnen. Pech en dweilen dus.  Om 17.00 hebben we land in zicht en om 19.00 liggen we voor anker in de baai van Tarafal, Sao Nicolau. Een half uur later is het donker, gelukt! 832 mijl in 6 dagen. Ook deze laatste dag een dagafstand van 160,8 mijl. Erg constant deze reis en een stuk sneller dan de vorige reis. We hebben ook heel weinig aan de zeilvoering hoeven doen, de wind was gelijkmatig in richting en sterkte.
LJS voor anker in de baai van Tarafal, Sao Nicolau
s’Ochtends worden we wakker van hanen gekraai en balkende ezels, we
Er wordt druk gevist op Sao Nicolau
 ruiken houtvuurtjes. Het voelt erg Afrikaans. We ankeren opnieuw, we lagen op stenen. De ketting rammelde er de hele nacht overheen en zat af en toe met een ruk ergens achter vast. Snorkelend zien we dat we nu op een mooie zandbodem liggen, dat slaapt een stuk rustiger. We blijven de hele dag aan boord, ruimen op en relaxen. Heerlijk om weer ‘stil’ te liggen. De volgende dag maken we de bijboot klaar en gaan we tegen lunchtijd richting het dorp. We melden ons bij de Marine Politie. Deze zijn verhuist en we moeten een paar keer vragen voordat we ze vinden. Na een niet al te strenge preek melden ze in Mindelo dat wij zijn aangekomen en is het goed dat we nog even blijven en dan het echte inklaren in Mindelo doen. Volgende keer moeten we eerst naar Sal of gelijk naar Mindelo voor de douane. We lunchen bij het restaurantje aan de haven die nog dezelfde eigenaar blijkt te hebben. Vorige keer was hij het restaurant net begonnen na een tijd in Rotterdam te hebben gewerkt. Als we na een Menu del dia  (vis natuurlijk) door het dorp wandelen komen we nog meer mensen tegen die en praatje willen maken. Allen hebben ze in de Rotterdamse haven gewerkt en spreken ze Nederlands. Veel pendelen nog heen en weer of hebben kinderen die in Nederland wonen. 
Kerstboom van jerrycans op het strand
Locale kunst, veel muurschilderingen,
ook reclameborden etc worden
 nog met de hand geschilderd.

Eind van de middag helpen we nog een Franse boot die langzaam van de ankerplaats wegdrijft met een krabbend anker, de bemanning is een dag het eiland op. Wij hebben datzelfde hier gehad tijdens de vorige reis. Stef helpt kennissen van de eigenaar met het verder vieren van de ankerketting. Bijzonder is dat de eigenaar later niet eens even langskomt voor een bedankje oid, hij vaart steeds stoïcijns voorbij in zijn snelle bijboot. Er staat vrij veel wind en valwinden komen van de bergen af. Wij zien dan ook af van ons plan om een dag het binnenland in te gaan. Het voelt niet goed om de boot alleen achter te laten. We klussen en relaxen nog een dag en vertrekken 11 januari vroeg richting Santa Luzia. We hebben een mooie zeiltocht, varen langs de onbewoonde eilanden Razo en Branco. Van deze laatste komen flinke valwinden. We waren inmiddels flink gereefd en waren blij met het kleine puntje genua. Santa Luzia is deze keer verlaten, geen vissers op de kant. Wel ligt er één andere zeilboot. We ankeren op 6,5 meter water. Het anker haakt achter een rots en ligt vast. Er denderen flinke vlagen over de baai en het golft zelfs over de korte strijklengte. Het is te onrustig om op het strand te landen met de
Brutale mussen van St Luzia
bijboot, er loopt een flinke swell op het strand. We krijgen wel bezoek van alle mussen van het eiland. Ze zijn totaal niet bang en eten zelfs uit de hand. Met zijn 6-en scharrelen ze door de kuip en komen zelfs naar binnen om de kruimels van de broodplank te pikken. We hebben een hor nodig om ze buiten te houden. De volgende dag kijken we nog of het verder op rustiger ankeren is (nee dus). We zwemmen nog wat en besluiten dan toch om naar Mindelo door te varen. Het is een mooie zeiltocht van 24 mijl. In de haven zien we de Betsy liggen, een Engelse boot die we nog van de vorige reis kennen.
De volgende dag blijkt een feestdag te zijn, we kunnen nog steeds niet inklaren. Dat komt mooi uit, we willen niet lang blijven dus dan kunnen we op dinsdag gelijk in- en uitklaren. Dat scheelt een tocht naar de douane en het invullen van paperassen. Ons voornemen om woensdag te vertrekken is te optimistisch, we relaxen in de haven, klussen wat en
Controle van de mast en schaviel
bescherming op de zaling aanbrengen.
genieten van de floating bar met wifi en lekkere tonijnkroketjes. We maken kennis met de bemanning van de Jive, Catharina en de Duif. De laatste avond gaan  met elkaar uit eten en naar een kroeg met muziek. Een van de vele leuke kanten van de Kaap Verder is de fantastische muziek. Het lijkt wel of iedereen er kan zingen en muziek maken. Wij maken het niet te laat want morgen, vrijdag 17-1 is toch echt de dag dat we de lijnen los gooien voor de volgende etappe naar de Cariben.
Op vrijdag om 14.30 zijn we er helemaal klaar voor en worden we uitgezwaaid door de overige Nederlandse boten. We blijken gelijk met de Viking Explorers (een groep meest Scandinaviërs die samen oversteken) te vertrekken. Op de valreep hebben we van de buurman op de steiger nog de radio frequentie gekregen die deze groep gebruikt voor contact onderweg.
We hebben 2100 mijl te gaan naar onze bestemming Martinique. We denken er 15-16 dagen over te doen. Het vertrek is goed. We hebben de boom klaar om zodra we onder het eiland Sao Antao voorbij zijn de zeilen te zetten en er twee weken niets meer aan te doen. Dat was in ieder geval onze ervaring van de vorige reis. Dat hebben we ook iedereen verteld, je zet je zeilen en wacht twee weken rustig af tot je er bent. Zodra we echter onder de invloed van de eilanden uit zijn laat de wind het afweten en komt hij als flauw briesje halve wind in. Onze boom staat er wat verloren bij.

De eerste dag is een onrustige, we hebben enkele squals (buien met veel wind). We varen met dubbel gereefd grootzeil. We hebben de hele dag nog 5 boten van de Viking Explorers op de AIS. In de nacht wil Stef de genua reven en draait deze dubbel om de voorstag. Samen hebben we er een hele klus aan om deze in het donker weer los draaien en opnieuw op te rollen. Vreemd gebeuren, nog nooit eerder meegemaakt dat het zo in de knoop zat. De volgende dag is vrij rustig, we varen met één rif. Als we een bui is zicht krijgen en uit voorzorg nog een rif willen steken blijkt dat een kar van het grootzeil los is. Ons grootzeil is doorgelat en de latten zitten met karren aan de mast in plaats van leuves. Dit zou sterker zijn en beter glijden. Dat valt tegen en dan kan het schijnbaar ook nog kapot (half jaar oud zeil). Het lukt ons om het zeil los te halen van de mast en de kar weer vast te zetten. Van een andere kar was de afdichtkap los gegaan. We schroeven alles zo goed en zo kwaad het gaat weer vast en hijsen het zeil weer.  De wind neemt nog wat verder af en tegen het eind van de dag varen we vol
Alle zeilen bij
tuig over en vrij rustige zee. Dit blijkt de opmaat voor de rest van de tocht. Om een lang verhaal kort te maken. We passen twee weken lang de zeilvoering zeker twee keer per dag aan. Wel boom, geen boom, halve wind, voor de wind allerlei varianten. Veel wind hebben we niet. Waar we op weg naar de Kaap Verden 160 mijl per dag haalden persen we er nu met moeite 120-130 uit. Als dieptepunt zelfs drie dagen achtereen, 84, 71 en 86 mijl. Kortom het schiet niet op. Het grote
Weinig wind (8,6 knoop) en voortgang
(3,8 knoop). Terwijl we zelfs bijna een
 knoop stroom mee hebben.
voordeel is wel dat het allemaal rustig gaat, het leven aan boord gaat dan ook rustig. We slapen en eten goed en lezen veel (waar we dat de eerdere oversteken in het geheel niet konden zonder zeeziek te worden). Twee keer per dag hebben we contact met de Viking Explorers waar onze oude bekende Betsy de enige blijkt die de radio consequent gebruikt. Zij hebben dezelfde ervaring als wij. Deze reis is totaal anders dan in de winter van 2015/16, zo rustig. We besluiten beide om een zuidelijker koers
Halverwege is het warm en we wachten
ontspannen terwijl de mijlen onder ons door glijden
te varen op zoek naar wind. Veel maakt het niet uit we hebben een wind die schommelt tussen de 8 en de 13 knopen, vrij weinig. Iedere dag halen we een weerbericht op de met de radio en krijgen we steeds hetzelfde bericht. Wind rond de tien knopen de komende dagen.
Het is zo rustig en stabiel dat we
zelfs de gennaker hijsen. Het hangt er
soms als slappe was bij
Na 1000 mijl/halverweg, ontdekken we tijdens een inspectierondje dat het beslag waarmee de boom aan de mast zit is ingescheurd. We halen de boom er uit en varen zonder verder. Met als het schommelen heeft zo’n boom ook wel te leiden. Zowel boom als beslag zijn 25 jaar oud.
Onderweg slepen we af en toe een vislijn achter de boot. We horen dat andere boten een mahi mahi van een meter vangen. In het grote visboek zoeken we naar tips voor het vangen van een mooi 2-persoons visje. Dat blijkt een ongewone wens te zijn, het gaat om groot, groter, grootst. Hoe blij zijn we een paar dagen voor aankomst opeens een klein visje aan de haak hebben. Er komen twee mooie filetjes af en een uur nadat hij gevangen is ligt hij al op het bord. Het is ons gelukt, niet meer vangen dan we op kunnen. Het blijft deze reis bij deze ene vis.








In de laatste helft van de reis komen we nog twee keer een vrachtschip tegen. Eén kruist op ramkoers in de nacht. Stef gaat bijliggen om hem te laten passeren.  
Land in zicht!!
Eindelijk op 4-2 zien we meerdere vogels en krijgen we land in zicht. Om 17.00 lokale tijd valt het anker in de baai van St Anne aan de zuidkant van Martinique. We zijn er na 18 dagen op zee eindelijk. Het is heerlijk om de palmen, het witte strand en het blauwe water te zien. We gaan gelijk zwemmen en genieten van het warme water. De boot blijkt flink
Grote eendenmosselen groeien aan de romp
onder de eendenmosselen te zitten, zeker 1 cm groot. Op de Kaap Verder hadden we de onderkant nog schoongemaakt. Bijzonder hoe snel dat groeit. We toasten op een goed verlopen overtocht en gaan vroeg op bed, heerlijk rustig schommelend achter ons anker. Eindelijk weer een volle nacht slapen. 

vrijdag 14 februari 2020

In de herkansing op de Canarische Eilanden


Voor de tweede keer een route varen is duidelijk anders dan dat je het een eerste keer doet. Het gaat allemaal veel relaxter en met minder haast. Ook de Canarische Eilanden ‘doen’ we voor de tweede keer. Dit maakt dat we aan ‘cherry picking’ doen en een paar hiaten van de vorige reis opvullen.

We starten onze Canarische reis op Lanzarote. Op Lanzarote zijn we terecht gekomen omdat dit eiland het dichtste bij Spanje ligt en dus de kortste oversteek betekent. Vorige keer hebben we er weinig van gezien omdat we alleen in Rubicon hebben gelegen en geklust. Dat halen we deze keer ruimschoots is als we met Harry en Ria van de Lion King op avontuur gaan. Als wij ontdekken dat alle auto’s verhuurd zijn bieden zij aan dat we met hen mee kunnen. Dit wordt een hele gezellige tocht en in twee dagen zien we alle hoeken van het eiland. Van heel erg droog tot
gortdroge woestijn komen we tegen. Het is een van de oudste en
Wijnbouw op Lanzarote, de muurtjes
vangen dauw uit de 'koele' noorderwind.
droogste eilanden van de Canarisch. De kleur geel overheerst in het landschap afgewisseld met oranje en zwart. Een ding is zeker, groen is nagenoeg afwezig. Wat er groeit zijn cactussen en vetplanten, en waar mensen wonen ook palmen. De dorpjes zijn stralend wit in het dorre landschap. De kozijnen, deuren en 'schoorstenen' van de huizen

afhankelijk van het dorp groen of blauw. Mooi contrast met het verder toch redelijk troosteloze droge landschap. Er is dusdanig weinig zoetwater op het eiland dat het moet worden gemaakt met ontziltingsinstallaties. De marina van Arrecife is een erg nieuw complex waar het heerlijk rustig liggen is vlak bij het aardige stadje vol terrasjes rond een baai met vissersbootjes. Een plek waar het goed bijkomen is van de oversteek en om plannen maken voor de rest van de reis.

Na een week Arrecife vertrekken we naar Graciosa, Baia Francesa, ten noorden van Lanzarote. Het is een klein zand eiland met paar baaien waar je mooi kan ankeren. Deze hebben we de vorige
Mooi stukje van Arrecife
keer overgeslagen. Helaas hebben we geen reactie op onze vergunningaanvraag om te ankeren. Op hoop van zegen varen we er toch heen. In het ergste geval worden we weggestuurd. De tocht er naar toe is even lekker actief zeilen, hoog aan de wind. Vlak voor donker laten we het anker vallen. We lagen met een ruk vast, het is weer gelukt een steen te vinden om achter te hangen ☹. We liggen er niet alleen, nog 11 boten vooral Frans. De Lion King is net voor ons aangekomen en de Double Dutch komt een dag later. De volgende dag wandelen we de berg op naast de ankerbaai. 
Baia Francesca met op de achtergrond de noordkust van Lanzarote
Een aardige klim, het is behoorlijk warm. Op de top maken we vrienden met een hagedis die op onze appels af komt. Hij eet het uit de 
Mmmm, lekker appeltje
voor de dorst
hand. De volgende ochtend drinken we gezellig koffie met cake op LJS met zijn allen. De rest van de dag relaxen we en snorkelen een beetje.
Van Graciosa gaat het naar de zuidpunt van Lanzarote en ankeren we bij Punta Papagayo. Heerlijk rustig liggen, we blijven er twee dagen. Als de wind draait ankeren we nog een nacht bij Islas Lobos. Hier hebben we de vorige keer erg mooi gesnorkeld. Helaas is er nu veel swell en wind. Het water niet zo helder en minder vis. Door de swell op de kust kunnen we helaas niet naar de kant. Zo blijft er nog een eiland over om een volgende keer te bezoeken😊. Daarna nemen we afscheid van de Double Dutch die van hier terug naar Arrecife gaat. Wij gaan kusthoppend door naar Tenerife waar binnenkort bezoek aankomt. Een lange zeiltocht met ruime wind brengt ons naar de ankerbaai Pozo Negro op Fuertaventura. We liggen voor een klein dorpje aan een langgerekt strand omringd door droge bergen. Vandaar is het een dagtocht naar Gran Tarajal, een klein stadje, ook op Fuertaventura. Erg authentiek, er komen weinig toeristen en dat merk je aan de rust in het stadje. We zijn er eerder geweest en willen een dag blijven liggen. Het worden er iets meer als Stef de eerste ochtend vanuit bed in water stapt. We ontdekken dat de bilge (kelder van de boot) vol water staat. Zout water!! We zijn lek! Gelukkig hebben we
Oeps, we staan vol water!!
snel het lek opgespoord. Er blijkt een klein gaatje in een koperen koelwaterpijp geroest. Nog geen 2 mm in doorsnee. We hebben zeker een paar kuub water binnen. En dat moet dus al een tijdje hebben gedruppeld. Balen dat onze nieuwe automatische bilgepomp niet aangesprongen, het blijkt dat die wel elektrisch moeten zijn aangesloten om aan te springen. Gelukkig hebben de andere pompen het er snel weer uit. Nog fijner is het dat we na een paar dagen ankeren net weer in een haven liggen en de slang met zoet water zo in de bilge kunnen hangen om al het zout er weer uit te spoelen. We zijn bijna de hele dag bezig met spoelen en schoonmaken. Ook alle voorraden (heeeeel veel pakken sap en melk en alle groente) zijn zout geworden.  Maar een voordeel is dat de bilge weer eens goed schoon is. Door alle consternatie duurt het even voor we de chocoladeletter in de schoen van Stef vinden. Het is 5 december en Sinterklaas is langs geweest, vast gevlucht toen hij natte voeten kreeg in de boot. We zijn de volgende dag bezig met het zoeken van onderdelen om de koperen pijp te vervangen. Een klus van de lange klussenlijst is naar prioriteit nummer 1 gestegen en dat is de bilge alarm sensoren aansluiten. Deze gaan piepen als er water in de bilge staat.
Muurschildering in Gran Taragal
Voor we verder varen sluiten we deze ook aan. Tussen alle zoektochten naar onderdelen genieten we ook nog van het plaatsje. Heerlijk eten, optocht van trommelaars, overal grote muurschilderingen op blinde muren, heerlijk eten op terrasje. De meer dan 2 meter grote tonijnen die we aan land getakeld zien worden staan er niet op het menu, zijn allemaal voor de export, veelal Japan. De haven zelf is erg rustig. Aan onze steiger ligt ook een Poolse en een Franse boot. Met beide hebben we gezellig contact. 7 december varen we verder langs de kust van Fuertaventura. Eerst met weinig wind, we vissen even maar vangen niets. Daarna steekt de wind op en vliegen we op genua en kotterfok naar Moro Jable. Nog steeds op Fuertaventura, het op één na grootste eiland maar met de minste inwoners. In Moro Jable liggen we weer een nacht in de haven. De volgende ochtend wandelen we even over het haventerrein en zien we enorme roggen in de haven zwemmen. Ze worden er door de vissers
Meer vissen in de haven dan er buiten
gevoerd (soms uit de hand) en hebben een luize leventje. Het is een mooi gezicht om ze van zo dichtbij door het water te zien zweven. Van Moro Jable varen we via een snorkelstekje (helaas daar geen roggen of anders leuks, naar een baai bij de vuurtoren op het uiterste puntje van Fuertaventura. Het rolt er erg en met het eerste licht vertrekken we voor de lange tocht van 65 mijl naar een baai (Puerto Pasito Blanco) op het zuidpuntje van Gran Canaria. Helaas de hele dag geen dolfijn of walvis te zien. De volgende dag gelijk door naar de zuidkust van Tenerife, we vertrekken nog voor de zon op is. Zodra het licht is hebben we de Teide in zicht, de hoge vulkaan van Tenerife. De hele ochtend hebben we geen wind en vissen we zonder geluk. Het is helder en een rustige zee toch zien we weer geen dolfijnen of walvissen wel enkele vliegende vissen. Tegen de middag kunnen we zeilen en trekt de wind steeds een beetje verder aan. Uiteindelijk surfen we richting Tenerife. De wind vlaagt van 25 -32 knopen en dubbel gereefd en klein beetje genua laten ons met 9-10 knopen vliegen. Surfend pieken we af en toe naar de 12 knopen. Dit is niet iets wat je lang achter elkaar volhoudt maar is eventjes wel heel erg gaaf. Bij Tenerife komen we aan als de zon net ondergaat. De swell rolt om het hele eiland heen, we vinden een klein hoekje waar we redelijk rustig kunnen liggen. Wel imposant met een hoog klif aan twee kanten en rotsen die als haaientanden uit het water steken achter ons. Dan doe je toch een extra schietgebedje dat het anker weer vast blijft zitten. De volgende dag varen we al vroeg verder en inspecteren potentiele ankerbaaien aan het zuidwesten van Tenerife om te bezoeken met ons bezoek volgende week. Het is windstil en we motorren langs de kust. In veel van de baaien staan kleine tentjes of zijn doeken voor grotten gespannen. Er wonen vrij veel hippies (ze zijn er schijnbaar nog) op Tenerife. We steken over naar Gomera grotendeels op motor. Onderweg
Vertrek van enige solo vrouw als laatste uit de haven.
Op moment van publiceren van dit blog is ze nog steeds aan het roeien.
Inmiddels 2 maanden onderweg. En ze danst nog steeds. Held!
komen we eindelijk dolfijnen tegen. Van de residente groep grienden die we er vorige keer aantroffen deze keer geen spoor. Op Gomera is het erg druk want de volgende dag start de Talisker Ocean Challenge, een trans Atlantische roeiwedstrijd naar Antigua. In 2017 is deze door Mark Slats zeer overtuigend gewonnen. Wij vinden het dan ook erg leuk als we hem de volgende dag op de kade tegenkomen en hij ons alles over de race en de deelnemers verteld. Uiteraard is ook de Golden Globe Race vorig jaar onderwerp van gesprek. Een groot deel van de dag zijn we bij het uitzwaaien van de roeiers. Mark zelf wil volgend jaar weer meedoen. Wie weet zijn we dan in Antigua en kunnen we hem verwelkomen bij aankomst. We moeten er zelf toch niet aan denken om met zo’n notedop met zo’n 2,5 knoop snelheid de oceaan over te moeten. We blijven 5 dagen op Gomera, twee dagen huren we een auto en bekijken het eiland en wandelen. De rest van de tijd klussen we en genieten we van het knusse San Sebastian. Gomera is ons favoriete eiland, klein, groen en knus.

Knusse dorpjes, indrukwekkende bergen
Gomera: groen, groener, groenst


Dan is het tijd om naar Tenerife te vertrekken, inmiddels is Mathijs, de jongste zoon van Stef, aangekomen en komt 10 dagen bij ons aan boord vakantie houden. Wel ontzettend leuk om als afwisseling ook weer een familie lid aan boord te hebben. We vinden in Marina San Miguel een plek in de haven. De mooie ankerbaaien die we eerder hebben gespot zijn helaas niet te bezoeken wegens hoge noord-westelijke swell. We huren voor 3 dagen een auto en bekijken een groot deel van het eiland en maken een paar mooie wandelingen. Tenerife biedt een erg afwisselend landschap en net als de vorige keer zijn we weer erg onder de indruk van de Teide en hoe die oprijst uit de enorme caldera (oude krater). Wat voel je je nietig als je daar over de lavavlaktes loopt. We gaan ook op bezoek bij kennissen van de vorige reis die nu op Tenerife wonen. Het wordt een gezellige avond waar we na een lange dag zo aanschuiven bij de BBQ. We krijgen nog veel tips mee over het eiland en het is leuk om bij te praten na 4 jaar. 23 december vieren we de verjaardag van Stef met appeltaart. 24 december hebben we even een lichte zuidoostelijke wind en zeilen we in één dag naar Santa Cruz de Tenerife. We zien dolfijnen en een schildpad, Mathijs kan genieten van het leven onderweg en gelukkig zonder al te veel swell deze keer. In de haven is gelukkig plek en we maken nog een kerstavondwandeling. De stad bruist, er zijn veel mensen op de been, overal podia en
Kerstdiner in Santa Cruz
kerstversieringen. Kerst brengen we door met wandelingen door de stad en lekker uit eten. Tot slot maken we nog een spectaculaire wandeling aan de noordkant van het eiland. De bus bracht ons naar een kleine route hoog op de kam van de bergketen. We vonden zelf een verlenging van de route die ons via een steil pad door een groen, diep dal, deels langs een waterloopje naar het stadje beneden aan de kust bracht. Onderweg konden we sinaasappels van een boom plukken om de dorst te lessen. 
Het ruige groene noorden van Tenerife
s’Avonds waren we uitgenodigd voor de verjaardag van Arnoud op de Doejong. 28 december was voor Mathijs al weer de laatste dag. Hij hielp ons nog om onze koffie voorraad (de belangrijkste voorraad aan boord) aan te vullen. We haalden 10 kilo van het zwarte goud, afgelopen tijd hadden we diverse soorten geproefd en de beste uitgekozen. Op 29 januari vloog Mathijs terug en besloten wij tot 1 januari in Santa Cruz te
Mathijs neemt nog even zijn vader onder handen voor hij vertrekt.
Geeft gelijk Manon cursus in het gebruik van de tondeuse.
blijven en ons voor te bereiden op de oversteek naar de Kaap Verden. De klussenlijst kwam weer op tafel en we deden nog meer boodschappen. We organiseerden met 4 andere boten een gezamenlijk borrel/eten om het jaar uit te luiden. Het werd gezellig en vol in de kuip van LJS. Om 23.30 liepen we met zijn allen naar het hoofdpodium waar het aftellen naar het nieuwe jaar zou plaatsvinden. Er was muziek en stond stampvol mensen. We hadden druiven gekocht en stonden allemaal met 12 druiven in de hand te wachten. Tijdens het aftellen hoor je in Spanje bij iedere klokslag een druif weg te werken. Eén voor iedere maand van het jaar. Als dat niet lukt brengt dat ongeluk. Ook al hadden we de kleinste druiven uitgezocht, het is een hele uitdaging. Ook erg grappig om te zien dat iedereen ergens een klein zakje met 12 druiven vandaar toverde en druk aan het kauwen was. Om 12 uur barstte er een enorm centraal vuurwerk af vlakbij de haven. Echt schitterend om te zien. Het is zoveel mooier om dat centraal te doen en met veel mensen samen te bewonderen dan dat iedereen voor zich wat staat af te steken met alle gevolgen van dien. Het feest in de stad ging vast nog lang door maar wij maakten het niet te laat in verband met ons vertrek morgen. Het was wel een Oudjaarsviering die ons bij zal blijven. 1 januari maakten we de boot nog schoon van alle as van vuurwerk en schepen in de haven, tankten water en om 12 uur voeren we de haven uit. Wat een pech, in plaats van de voorspelde oostenwind was deze zuid. Tegenwind, 20 knopen toenemend tot 30! Wat is dit nu voor begin van het nieuwe jaar. Prompt kreeg Stef weer last van zeeziekte, iets waar hij deze reis nauwelijks last van heeft. We zien wel veel dolfijnen en een schildpad. De ankerbaaien aan de zuidkust van Tenerife waar we nog een nacht wilden ankeren zijn allemaal onhoudbaar door de swell. In het donker komen we aan in het ons gelukkig bekende San Miguel. We vinden er een plekje en hebben nog een rustige nacht. De volgende ochtend tanken we diesel en zijn we helemaal klaar voor vertrek. Om 15.00 kunnen we vertrekken richting de Kaap Verden. Daarover in een volgend blog meer. 
Drakenboom op Tenerife